Hart veroverd, zacht verstrengeld: de charmes van Twente
‘Goa m’r met Hennie met, dan mankeert oe straks niks meer’. Walter Brunnikhuis adviseerde het zijn gasten al meermaals – doorgaans Randstedelingen. De natuur in met paard, wagen en Hennie. De koetsier. Het groen geeft namelijk ruimte. Aan hoofd en hart. Vooral deze laatste heeft het Springendal van Walter weten te veroveren. De plek die voor hem symbool staat voor de panoramische lappendeken die Twente heet.
Plek of passie?
Zelf omschrijft hij Twente als een labyrint van graanakkers, bos en heidevelden dat via beken en houtwallen met elkaar verbonden is. Dat is namelijk hoe hij het als natuurmens ziet. Of beter, hoe hij het nu bekijkt. Als voormalig boerenzoon weet hij als geen ander hoe kwetsbaar de positie van een boer is in natuurgebied. En vice versa.
Hiervoor moeten we even terug naar de jaren ’80. De periode waarin duidelijk werd dat zijn ouders de boerderij niet langer op het Springendal konden voortzetten. ‘Menig keukentafelgesprek doorboorde ’s avonds de muren van mijn slaapkamer’, herinnert Walter zich. Als kind zag, hoorde én voelde hij hoe zijn ouders worstelden met de toekomst van het boerenbedrijf. Een loyaliteitsstrijd met het verleden die een rol speelde in de keuze voor de lange termijn. De keuze die kiezen tussen twee grote liefdes heette: plek of passie.
Appeltaart in de machineschuur
Walter’s ouders kozen voor het eerste zonder de passie voor het boerenbestaan te verloochenen. Het boerenbedrijf werd omgetoverd tot een recreatieplek. De oude, houten schuren bleven. Zoals de voormalig machineschuur. Het is de huiskamer van het erf. De plek waar de haard brandt tijdens de koude maanden. Waar appeltaart jaarrond wordt gebakken en gegeten. En, waar een Jägermeister op z’n best smaakt als het landschap wit is.
De omschakeling bleek een eenzame weg. Maar wel de juiste, blijkt nu. Menig natuurliefhebber trekt naar Hoeve Springendal. Van heinde en verre. Want, zo vertelt Walter, tussen zijn gasten zitten ook noabers. Hij wijst naar de familie uit Ootmarsum die op dat moment hun tent aan het inpakken is. ‘Iedere zomer verblijven ze een paar weken bij ons. Hun vader zat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken. Niet vreemd dat deze plek dus als thuiskomen voelt.’
Natuurlijke cadans
Naast erkenning van de roots, werkt het Twentse landschap als bijen op honing. Walter spreekt uit eigen ervaring. ‘De cadans van de stad laat weinig ruimte voor het ervaren van de seizoenen. Hoge bakstenen muren doen je het tijdsbesef weg vervagen.’ Zomer, winter, lente of herfst: ze brengen ieder een ander uitzicht met zich mee. De variatie aan landschapselementen draagt daar voor een groot deel aan bij. Waar de houtwallen in de mooie maanden stukken grond omheinen, zorgen kale eiken en beuken in de herfst en winter voor doorkijkjes. De mens zou het ritme van de natuur ook moeten aanhouden vindt hij. Oftewel, verstilling in de winter. Reuring in het voorjaar.
Samen optrekken met de natuur. Het is een werkwijze die Walter zich eigen heeft moeten maken. De natuur heeft namelijk een belangrijke positie verworven in het politieke debat de afgelopen jaren. Een golfbeweging die nog steeds gaande is. Noem het beleid. Noem het inzicht. Veel boerderijen op het Springendal hebben in ieder geval plaatsgemaakt voor de natuur. Het gevolg? ‘De gronden verschraalden en heide kwam op. De koeien zijn in principe verruild voor schapen,’ vertelt hij.

Taal en tradities: de lijm van de gemeenschap
Maar Twente is meer dan natuur. Neem de Tukker zelf. Voorzichtig met woorden, beter met daden. ‘De Twentenaar is trotser geworden,’ zegt Walter. Er is lang op het buitengebied neergekeken. Niet alleen vanuit het Westen. Ook vanuit naburige steden. ‘Nu de steden vol beginnen te raken, vinden velen het groen een verademing.’ Letterlijk, want schaduw. Figuurlijk, want rust. ‘Als je opschiet kun je vandaag nog rustig aan doen.’ Op de site van Hoeve Springendal staat het geschreven. Een voltreffer.
Ondertussen galmt de luide roep van de witte pauwhaan over het erf.
Ongestoord vertelt hij verder. Zijn ogen stralen als hij het over het Twentse dialect heeft. Walter moedigt initiatieven aan die het Twents levendig houden. Zoals de taalcursus op de Volksuniversiteit Twente. ‘Het Fries is overigens een mooi voorbeeld van dat het kan,’ stelt hij. Volgens hem zijn de Friezen er goed in geslaagd – al vraagt het een blijvend investeren – hun dialect als voertaal te houden van de mienskip. Het creëert onderlinge verbondenheid. Een saamhorigheidsgevoel.
Al is het dialect niet het enige wat fungeert als de lijm in een gemeenschap. Tradities verbinden evengoed. Een carnavalsmens is Walter niet zozeer. Naar Pasen kan hij dan weer wel uitzien. Drie dagen achtereenvolgens optrekken met noabers, kameraden en familie. Paashout halen in de bossen met – zijn eigen – paard en wagen. Borrelen in de kroeg. Sigaren roken. En, zingen. Pasen is immers geen Pasen zonder a capella samenzang in de kasseiensteegjes van Ootmarsum.
Twente in de tijdmachine
Twente tien jaar verder in de tijd? ‘Laten we het groen vooral niet uitputten ten behoeve van zwarte cijfers. Ik ben voorstander van de lange termijn,’ vertelt Walter. Het Springendal is dan slechts een postzegel in het Twentse landschap, hij zal er alles aan doen om in ieder geval dat stuk respectvol te beheren.
Dat vraagt om kennis, toewijding en verbinding. Het theaterstuk Los van de Groond – gebaseerd op het verhaal van Hoeve Springendal – formuleert het zo treffend: ‘Alleen met je hart kun je goed zien.’
Of kan dat niet? Als je hart is veroverd?


Boer zoekt Kees. Gevonden!
Boer Kees is een natuurinclusieve boer. Samen met zijn ouders runt hij boerderij Erve Holtwick in Agelo. Een prachtig klein dorpje gelegen in het Twentse coulissenlandschap nabij kunststadje Ootmarsum. De familieboerderij kent een eeuwenoude geschiedenis. Kees ziet het dan ook als een heuse eer het boerenbedrijf voort te kunnen zetten op zijn geboortegrond..
Wil je altijd als eerste onze verhalen in je mailbox?
Laat dan je gegevens bij ons achter.